Ecomodernisten: groen en welvarend tegelijk?

20 nov Ecomodernisten: groen en welvarend tegelijk?

2015 is het jaar van de doorbraak voor ecomodernisten. Ze pleiten voor intensivering van de landbouw, de energiewinning en het wonen. Zo is het mogelijk, stellen ze, om groen en welvarend tegelijk te zijn. Klopt dit wel en is het haalbaar?

Rond 2100 telt onze planeet circa 9 miljard bewoners en ruim 90 procent leeft en werkt steden. Rond onze steden liggen grote boerenbedrijven met akkers vol genetisch gemodificeerde gewassen, die een opbrengst behalen die vele malen hoger ligt als nu. Ver buiten de stad zien we nog net de contouren van de kerncentrale en honderden windmolens.

Voorbij onze groene weides begint de echte natuur, die weer het grootste deel van de planeet omvat. In 2015 is nog de helft van het aardoppervlak in gebruik door de mens, maar in 2100 is een kwart extra terug bij de natuur. De biodiversiteit is weer herstelt en terug op het niveau van voor 1850.

Dit is grofweg het toekomstideaal van het ecomodernisme. Begin 2015 presenteerden achttien visionairs en wetenschappers hun Ecomanifest. De beweging maakt een einde aan heilige huisjes en belemmerende overtuigingen met hun visie om tot een groene en welvarende 21ste eeuw te komen. Sinds de publicatie heerst er een heftige polemiek in vele nationale en internationale kranten.

Ecomodernisten zien zichzelf als de logische ‘derde weg,’ maar schromen niet om ondertussen tegen veel schenen te schoppen. Bijvoorbeeld die van de traditionele groenen, door wel voor gentech en kernenergie te zijn. Maar ook de neo-liberalen krijgen er van langs: de ecomodernisten zijn voor grootschalige overheidsregulering om klimaatverandering te lijf te gaan, iets waar ik in mijn lezingen al vele jaren voor pleit.

Wie zijn nu eigenlijk deze ecomodernisten en wat willen ze nu precies? En: hoe realistisch en wenselijk zijn hun plannen?

Terug in de tijd, naar de oorsprong

Death-Environmentism-250x250Het ecomodernisme vindt haar oorsprong in een essay uit 2004: ‘The Death of Environmentalism’ van Mike Shellenberger en Ted Nordhaus. Beide heren waren actief binnen de milieubeweging, maar raakten hevig teleurgesteld. Er werd te weinig bereikt en een toekomstvisie ontbrak. De traditionele activisten plaatsen het milieu boven de mens, maar het verheffingsideaal was totaal verdwenen en de beweging dreef volgens Shellenberger en Nordhaug te ver weg van de wetenschap.

Beide heren richtten vervolgens het Breakthrough Institute op, een stevige denktank die een alternatief vormt voor traditioneel groen. De afgelopen jaren verzamelden organiseerden ze gelijkgestemden, die het gedachtengoed van het instituut delen zonder er direct te werken, zoals Mark Lynas, oud Earth First-prominent en gentechspijtoptant, en Stewart Brand, een van oorsprong terug-naar-het-platteland-ecoloog die nu een belangrijke pleitbezorger is voor genetische modificatie en kernenergie.

Uiteindelijk kwam het tot de start van de nieuwe duurzame beweging, het ecomodernisme, waarin de aanhangers hun ideeën hebben gekanaliseerd, om zo meer invloed uit te kunnen oefenen op de klimaatbeleid en energiediscussies over de hele wereld.

Het doel van de ecomodernisten

Ecomodernism-250x250De visie van ecomodernisten is in één opmerkelijk woord te vatten: intensivering. Ecomodernisten vinden dat hoe meer de mensheid haar leven en werk concentreert, hoe meer ruimte er vrijkomt voor de natuur. Bovendien vinden ze dat intensivering de oplossing is tot de duurzame economische groei die nodig is om meer dan een miljard mensen te verlossen uit hun chronische armoede.

De intensiveringsvisie van de ecomodernisten bestaat uit de volgende 3 elementen:

Intensiveer de landbouw., aangezien deze de hoogste opbrengst per landeenheid biedt, waardoor er meer ruimte voor de natuur overblijft. Bovendien maakt intensieve landbouw maakt het meest efficiënt gebruik van kostbare grondstoffen als water en stikstof (voor kunstmest). Daarnaast bevrijdt intensieve landbouw mensen van de armoedeval die kleinschalige landbouw in ontwikkelingslanden is. Door meer intensive landbouw, krijgen mensen ruimte om andere economische activiteiten te ontplooien, met name in de stad.

Intensiveer het wonen en de urbanisatietrend die zich op dit moment voltrekt, met name in ontwikkelingslanden, moet verder omarmd worden. Hoe meer mensen in de stad wonen, hoe meer ruimte er is voor de natuur. Steden zijn verder de motor voor de broodnodige economische groei, mede doordat er betere toegang is tot onderwijs en gezondheidszorg. Bovendien is er in de stad meer ruimte voor gezinsplanning: het is niet meer nodig om een grote kinderschare te hebben om te werken op het land of om de toekomst veilig te stellen. Steden en hun economisch potentieel beperken op natuurlijke wijze de bevolkingsgroei, waardoor de druk op de natuur afneemt.

Intensiveer de energiewinning. Om alle economische groei en intensivering te faciliteren is er veel meer energie nodig. Die energie moet duurzaam, goedkoop en betrouwbaar zijn. Wind- en met name zonneenergie zijn essentieel, maar vooralsnog niet afdoende om energievoorziening in de 21ste eeuw volledig te vergroenen. Het is daarom zaak om ook flink te investeren in kernenergie. Zelfs gas kan helpen om de overgang van steenkool en olie naar echte duurzame energie tijdelijk te overbruggen. Om de energiekanteling voor elkaar te krijgen, is een sterk overheidsingrijpen en regulering noodzakelijk.

Meer economische groei, minder druk op de natuur?

Cruciaal in de gedachtegang van ecomodernisten is bovendien het geloof dat er een kantelpunt is waarop landen zo welvarend worden dat ze de impact van de mens op de natuur juist naar beneden kunnen brengen, ondanks verdere economische groei.

Ecomodernisten menen dat ons denken te veel wordt beheerst door publicaties uit de jaren zeventig, zoals The Limits to Growth van de Club van Rome en The Population Bomb van de invloedrijke bioloog Paul Ehrlich, die beargumenteren dat economische groei eigenlijk altijd hand in hand gaat met de destructie van het milieu: hoe rijker een land wordt, hoe meer schade er aan het milieu wordt berokkend.

Maar volgens ecomodernisten is deze visie gedateerd en is de correlatie in de meest welvarende landen de laatste jaren zelfs aan het kantelen. Volgens de ecomodernisten komt dat doordat we ons aan het ontkoppelen zijn van de natuur: rijke landen worden technisch zo efficiënt en geavanceerd, dat ze in staat zijn om steeds meer te produceren, met minder grondstoffen, waardoor ze steeds minder impact hebben op hun leefomgeving. Volgens de ecomodernisten moeten we de hele wereld voorbij het kantelpunt duwen, waardoor ergens nog deze eeuw onze impact op het milieu piekt, om vervolgens significant af te nemen.

Interpretatie van idealen

Het klinkt allemaal fantastisch, maar is het niet te mooi om waar te zijn? Als we ons maar verstandig evolueren, wordt de eenentwintigste eeuw duurzaam en welvarend. Een win-winsituatie voor de hele wereld, zo lijkt het.

Ik vind dat het ecomodernisme een reeks interessante ideeën heeft en die we serieus moeten onderzoeken. Tijdens mijn lezing “De noodzakelijke revolutie en de toekomst van duurzaamheid” toon ik mij een voorzichtig aanhanger van het ecomodernisme. Wat mij vooral inspireert is dat deze beweging gelooft dat het goed kan komen, en dat het dat optimisme stevig genoeg onderbouwt met feiten en cijfers. Dat is een stuk fijner en beter dan alle doemscenario’s van mensen en instituten die het einde van de mensheid voorspellen. Denken in oplossingen zorgt er voor dat energie de juiste aandacht volgt.

Maar tegelijk knaagt het ook een beetje. Wegen bijvoorbeeld de dode zones in de oceaan en uitgeputte bodems op tegen het sparen van areaal bij intensieve landbouw?

En de stad mag dan het episch centrum zijn van de economische groei, tegelijkertijd is de werkloosheid in de getto’s gigantisch. Is het dan niet toch beter dat die handen allemaal aan het werk zijn op het platteland?

Ook lijkt de vraag gerechtvaardigd of het ecomodernisme niet te veel voorbijgaat aan menselijke waardes als authenticiteit en saamhorigheid. Dwingt ecomodernisme de mensheid niet te veel in dezelfde culturele mal van het individualisme en de moderniteit?

Wat vind jij? Welke ideeën van het ecomodernisme zijn volgens jou het veelbelovendst en welke het meest absurd? Welke voorstanders dan wel criticasters ken je en zijn de moeite van het volgen waard?

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.